“Het gaat goed met het vak, maar het kan altijd beter”

  • 26 maart 2015
  • Renske van Bers

Met behoorlijk wat ervaring op zak door haar betrokkenheid bij grote werken als de Betuweroute en Maasvlakte 2 zag Jeanette Quak het vakgebied Omgevingsmanagement ontwikkelen. Wat gaat er goed en waar kan het beter?

Jeanette Quak. Foto: Gesmar Pruijs.

Jeanette Quak. Foto: Gesmar Pruijs.

Wanneer maakte je voor het eerst kennis met het vak omgevingsmanagement?

“Dat was eind jaren ’90 bij de Betuweroute. De politiek had haar keuze gemaakt, de goederenspoorlijn moest er komen en de directe omgeving voelde zich verre van gekend. Bij de bouw liepen de emoties hoog op. Omgevingsmanagement was toentertijd de zoektocht naar hoe volgens het getekende lijntje te bouwen met zoveel mogelijk respect voor die omgeving. Samen met de techneuten en de betrokken gemeenten keken we hoe het een tandje slimmer, sneller, beter kon. Het project werd bestempeld als een heus Nimby project. Of beter gezegd: bij omwonenden heerste het ‘Nivea-principe’. Dit betekent zoveel als: prima, maar Niet In mijn Voor én Achtertuin. Tegenwoordig wordt er minder gesproken over NIMBY. We leven nu in een maatschappij die van zich laat horen en die gewend is dat alle informatie beschikbaar is. Geluiden vanuit de omgeving kun je gewoonweg niet meer naast je neerleggen, dat is de doodsteek voor je project.”

Bij de aanleg van Maasvlakte 2 werd Strategisch Omgevingsmanagement (SOM) geïntroduceerd, nadat het Havenbedrijf eerder haar neus had gestoten bij het sneuvelen van de PKB in 2005. Met succes hebben we begrepen?

“Nadat de Raad van State bezwaren van stakeholders gegrond had verklaard, moest het roer om en werd omgevingsmanagement nieuwe stijl geïntroduceerd. Ik maakte in 2007 kennis met de SOM-aanpak, gebaseerd op het Mutual Gains gedachtegoed. Een proactieve aanpak waarmee je conflicten met belanghebbenden voorkomt of oplost. Die aanpak vraagt om transparantie, betrouwbaarheid en vertrouwen. Vertrouwen wat veelal bij de start van een project ontbreekt. Nog steeds is het geen vanzelfsprekendheid om bij de planvorming stakeholders aan tafel mee te laten denken. Projectmanagers zien de omgeving veelal als één van de grote risico’s. Een slimme zet bij de SOM-aanpak is de aansluiting bij het projectmatig werken.”

Waar lag het verschil in werk bij de Maasvlakte 2?

“Daar waar ik bij de Betuweroute met grote overtuigingskracht te werk moest gaan om het belang van de omgeving voor het voetlicht te krijgen, maakten we bij Maasvlakte 2 gebruik van een geweldige toolkit. Risico’s vanuit de omgeving werden bijvoorbeeld in de vorm van een inspraaktabel aan het management gepresenteerd. Wanneer in één oogopslag de conclusie kan worden getrokken dat 70% van de belanghebbenden op moment x ervoor kiest tot aan de Raad van State door te gaan, wordt het veel gemakkelijker het juiste gesprek te voeren. De ‘zachte’ kant van het omgevingsmanagement wordt heel concreet door die ijzersterke projectmatige aanpak. De kracht van zacht werkt, maar wel verpakt in een projectmatig jasje. Met als resultaat dat de dialoog tijdig wordt opgestart waardoor de ‘pijn’ in termen van aanpassingen in opzet van plannen in het begin van het proces wordt genomen en niet op het laatste moment. En niet onbelangrijk: de kansen worden zo sterk vergroot dat het project wordt gerealiseerd binnen tijd en geld! Het is goed om te zien dat SOM steeds vaker bij grote projecten wordt toegepast.”

Het gaat dus goed met het vak omgevingsmanagement?

“Dat vind ik wel. Steeds vaker zie je dat bedrijven en/of projecten, zij het onder diverse benamingen (belangenmanagement, stakeholdermanagement of omgevingsmanagement), het gesprek voeren met hun stakeholders. De (project)directie voelt de maatschappelijke druk, maar ook steeds meer de verantwoordelijkheid de dialoog aan te gaan. Daarbij is het ook niet meer alleen de verantwoordelijkheid van de omgevingsmanager. Ook trainen bedrijven steeds vaker hun personeel om de omgevingssensitiviteit te vergroten. Zo weet ik dat project Noord/Zuidlijn bewust hierin investeert en haar medewerkers via een training hier in meeneemt.”

Wat kan nog beter?

“Wanneer na planvorming, alle procedures en aanbestedingstrajecten de bouw eindelijk losgaat, verbaas ik me regelmatig over discussies tussen opdrachtgever en bouwer. Daarbij lopen niet alleen zij, maar ook de projectomgeving een deuk op. Aan de opdrachtgeverszijde zijn we inmiddels gewend om de dialoog met de omgeving te voeren, maar de dialoog tussen de opdrachtnemers en omgeving ontbreekt nog. Daar liggen kansen en is zeker winst te boeken. Hiermee wordt overigens in vernieuwende contractvormen, zoals DBFM of alliantie-contracten, al geëxperimenteerd. Zo betrekken opdrachtnemers omgevingsmanagers steeds vaker in het aanbestedingstraject. En hoe meer dialoog in aanbestedingstrajecten, hoe meer openheid en transparantie, hoe beter het eindresultaat is voor beide partijen.”

Reageer

  1. Herbert G. Visser schreef:

    Topvrouw! Nederland wordt steeds mooier door Jeanette!

Ook interessant

  • Nieuws
  • Certificaatuitreiking Nd Brug 11: ‘Verlegt je grenzen en verrijkt je vakmanschap’

Op 29 maart was het zover. In het indrukwekkende Paushuize te Utrecht werden de certificaten uitgereikt aan de deelnemers van het 11e Nd Brug programma. Het was een feestelijke bijeenkomst, waar de deelnemers konden terugblikken op een energiek en grensverleggend trainingsprogramma van Neerlands diep. Verbinding, vertrouwen, samenwerking en loslaten zijn de kernbegrippen van deze editie van Nd Brug.

lees meer
  • Nieuws
  • Duurzaamheidsprogramma’s en de projectenpraktijk – Lerend netwerk

De vervolgbijeenkomst van het lerend netwerk Duurzaamheid in projecten op 9 maart 2018, ging over de relatie tussen overkoepelende duurzaamheidsprogramma’s en de praktijk van projecten. We lieten beleidsmakers en duurzaamheidsprogrammamanagers aan het woord over waar zij aan werken. Op basis daarvan maakten we een (beeldende) vertaling van wat het verduurzamen van bouw- en infraprojecten betekent voor het vak projectmanagement.

lees meer
  • Nieuws
  • Lessen van de bediencentrale Maasbracht

In Maasbracht staat een futuristisch gebouw van waaruit Rijkswaterstaat de scheepvaart op de Maas begeleidt vanaf de Belgische grens tot aan Venlo. Vanaf 1 januari 2015, zes maanden eerder dan gepland, worden er vanuit de centrale vijf sluiscomplexen bediend. In vijf korte films vertellen Frans Hendrikx en Henk van Duinen van Rijkswaterstaat hun verhaal.

lees meer