Leren van Vlamingen en vogelaars

  • 04 oktober 2016
  • Saskia van der Kam

Eric Marteijn is van oorsprong bioloog, hij werkt al 32 jaar bij Rijkswaterstaat en hij is projectdirecteur van de Nieuwe Sluis in Terneuzen die voor 80% met Vlaams geld betaald wordt. En, dat wisten we alleen van te voren nog niet, als Eric Marteijn eenmaal op de praatstoel zit, dan krijg je hem er bijna niet meer vanaf. Allemaal ingrediënten voor een goed verhaal, vond ook zijn collega Richard Jorissen (programmadirecteur van het Hoogwaterbeschermingsprogramma) die ons op het idee bracht voor dit interview. Wat kunnen we in de wereld van staal en beton leren van een bioloog? En hoe is het om zo intensief samen te werken met de Vlamingen? We reisden af naar Terneuzen.

Eric Marteijn Projectdirecteur Nieuwe sluizen in Terneuzen. Foto door Jorrit 't Hoen.

Eric Marteijn Projectdirecteur Nieuwe sluizen in Terneuzen. Foto door Jorrit ’t Hoen.

‘Als een Nederlander je niet bedonderd heeft, dan is hij het of vergeten, of hij gaat het morgen doen.’ Dat is hoe de Vlamingen volgens Eric Marteijn vaak over ons denken. Verder vinden ze ons overgereguleerd en arrogant. Ze vinden het geldverspilling dat we vliegroutes van vleermuizen onderzoeken, bomen verplaatsen en de omgeving bij het project betrekken. En de Hollanders moeten dan weer wennen aan de improviserende mentaliteit van de Vlamingen of aan het feit dat ze het parlement mee laten kijken naar de winnende offerte uit een aanbesteding. Dit zijn zomaar wat verschillen die zichtbaar worden als je in een Vlaams-Nederlands team werkt en waar Marteijn dus dagelijks mee te maken heeft. Want ook al komt hij zelf uit de streek, spreekt hij hetzelfde dialect, voor zijn Vlaamse collega’s blijft Marteijn een Hollander. ‘En dat is niet per definitie een compliment.’

Alle kanten op

Een gesprek met Eric Marteijn gaat alle kanten op. Voor je het weet vlieg je van Biervliet (waar hij in het voormalig stadhuis woont) naar Mongolië (waar hij met zijn vrouw afgelopen zomer op expeditie was). Rijd je met een Jeep door de sluizen van Panama (‘Heb je ooit zo iets gaafs gedaan?’) Of sta je vogels te tellen op de Deltawerken (‘Niets zo fascinerend als een vogel.’) Tussendoor waarschuwt hij je regelmatig voor zichzelf: ‘Als je mij niet stopt, ga ik gewoon door hoor.’

Rode draad

Wat voor een gesprek met Marteijn geldt, lijkt ook voor zijn carrière te gelden. Ook daar vliegen we alle kanten op. Van biologie naar tandheelkunde van waterbouw naar wegenbouw, van Maastricht naar Middelburg en van Rotterdam naar Arnhem. Zo lijkt het. Want als je goed luistert zit er een duidelijke rode draad in zijn verhaal. Marteijn weet wat hij wil. Hij gelooft dat je het onmogelijke mogelijk kunt maken. En hij wil verschillende werelden samen brengen omdat hij ervan overtuigd is dat dat tot betere resultaten leidt.

Waarom niet?

Als beroepsvogelaar begon Marteijn 32 jaar geleden bij Rijkswaterstaat. De voorzitter van de regionale Natuurbescherming, waar hij toen als vrijwilliger werkte, vroeg hem toen: ‘kun jij dat wel maken om als natuurbeschermer bij Rijkswaterstaat te werken?’ ‘Waarom niet?’, vroeg Marteijn toen. ‘Het is juist de kans om een mooie verbinding te maken tussen die twee werelden.’ Toen hij tien jaar later Hoofd Rivieren wilde worden, gaf hij bijna hetzelfde antwoord aan zijn toenmalige baas die hem vroeg: ‘kun je als bioloog wel afdelingshoofd worden van zo’n cruciale afdeling van vooral ingenieurs? Is dat geen post voor een ingenieur? ‘Waarom niet?’, zei Marteijn ook toen weer. ‘Het is juist goed om daar eens vanuit een andere visie naar te kijken.’ ‘Je moet niet vergeten’, zegt hij daar nu over, ‘Inmiddels vinden we het begrip Ruimte voor de Rivier heel normaal. Maar destijds was de Rijn ecologisch dood. Met een geheel nieuwe visie hebben we zowel de veiligheid tegen overstroming als de ecologische ontwikkeling van en rondom de rivieren aangepakt. Geen kleurloos compromis, maar beiden zijn er beter van geworden. En hebben elkaar versterkt. Een veilige rivier voor hoog water, prachtige stedenbouwkundige ontwikkelingen en er zwemt gewoon weer zalm in de Rijn!’

Lef

‘Maar’, wil Marteijn ook nog wel even benadrukken. ‘Dit zegt vooral ook iets over Rijkswaterstaat hè. Ik heb steeds bazen gehad die het aandurfden. Eerst had ik een baas die iemand van de milieubeweging aannam. Toen een die een bioloog Hoofd Rivieren maakte. Daarna weer een de het goed vond dat ik een overstap maakte van directeur Water naar directeur Wegen en nu weer een baas die deze bioloog een sluis laat bouwen. Dat getuigt toch wel van lef. Er kan veel in dit bedrijf.’

Juist. Die sluis. Sinds 3 jaar ben je nu directeur van de Nieuwe Sluis in Terneuzen. Vertel eens wat over je project?
‘In het huidige sluizencomplex bij Terneuzen zijn we bezig met de voorbereidingen voor een nieuwe sluis van 55 bij bijna 500 meter. Het sluizencomplex is een belangrijke toegangspoort naar de havens van Terneuzen en Gent en zorgt voor een scheepvaartverbinding tussen Nederland, België en Frankrijk. Een grote, nieuwe sluis zorgt er niet alleen voor dat we grotere zeeschepen kunnen schutten. Maar ook voor de binnenvaart ontstaat er een betere toegang en vlottere doorstroming vanaf de Westerschelde naar het Kanaal Gent-Terneuzen en verder Frankrijk in. Met een Vlaams-Nederlands team zijn we nu druk bezig met de voorbereidingen. De planuitwerkingsfase is afgerond en de zoektocht naar een aannemer is gestart. Naar verwachting kan in 2022 het eerste schip door de Nieuwe Sluis varen.’

Het project wordt voor 80% door de Vlamingen betaald, waarom is dat?

‘Nederland wilde alleen het huidige sluizencomplex een opknapbeurt geven. De Vlamingen wilden echt een nieuwe sluis om zo de grotere zeeschepen een beter toegang te geven tot de haven van Gent. Wij hebben toen gezegd dat we mee wilden doen voor het bedrag dat we anders kwijt waren aan de renovatie, zo’n 150 miljoen.’ Toch ben jij, een Nederlander, directeur van dit project. Is dat wel logisch? ‘Het complex ligt op Nederlands grondgebied. We moeten ons dus houden aan Nederlandse regels. We hebben vooral te maken met Nederlandse partijen in de omgeving. Daarom hebben we voor een Nederlandse projectdirecteur en omgevingsmanager gekozen. De contractmanager, de technisch manager en de manager projectbeheersing zijn Vlamingen.’

En hoe zit het met de aannemers?

‘We zitten midden in de aanbesteding dus daar kan ik nog niet zoveel over zeggen. Wat ik wel kan zeggen is dat alle partijen die hebben ingeschreven, Vlaams-Nederlandse consortia zijn.’ Was dat een eis? ‘Nee. Maar ik ben er wel blij mee, want het kan toch niet zo zijn dat al dat Vlaamse geld enkel bij Nederlandse aannemers terecht komt. En de Nederlanders zouden kunnen denken: het kan toch niet zo zijn dat die Nederlandse sluis helemaal door Vlamingen wordt gebouwd. Zo hebben we het beste van twee werelden bij elkaar.’ Weer die twee werelden. Maar is dit niet eigenlijk meer een gedwongen huwelijk of vind je hier ook dat het samen brengen van die werelden tot betere resultaten leidt? ‘Absoluut. Natuurlijk er zijn verschillen, maar ik heb niet de illusie dat die er niet zouden zijn wanneer je een project doet met een provincie als Friesland of in de Randstad met een grote gemeente als Den Haag. Wat ik vooral goed vind, is dat het ons dwingt om eens door een andere bril naar ons werk te kijken. Rijkswaterstaat bestaat al 218 jaar dus we doen heus wel iets goed. Maar we zijn soms ook een beetje zelfingenomen. Niet zo heel erg open voor een andere aanpak of manier van denken.’

Wat heeft die blik door die andere bril jou geleerd?

‘Dat we inderdaad vaak denken dat we het beter weten. Ook als het niet zo is. Dat je meer leert en meer te weten komt wanneer je je bescheidener opstelt. Dat we goed georganiseerd zijn, maar ook wel erg overgereguleerd. En dat die Vlamingen ongelofelijk goed een sluis kunnen bouwen, wij ook. Maar die Vlamingen zeker.’ En wat vind je lastig in de samenwerking? ‘We spreken dezelfde taal, maar we interpreteren veel dingen heel anders. Grapjes en uitdrukkingen kunnen anders vallen.’ Noem eens een voorbeeld. ‘Als iemand mij vroeg: “En? gaat die sluis er komen?” Dan zei ik altijd: “Ik ben bang van wel.” Nederlanders begrijpen dat dat een grapje is. Vlamingen absoluut niet. Ik moest steeds uitleggen waar ik nu precies zo bang voor was. Daar ben ik dus maar mee gestopt. Ook wel een leuk voorbeeld van typisch Vlaamse humor: ik zei laatst tegen een Vlaamse collega: “De Vlamingen zijn me echt net zo lief als de Nederlanders.” Waarop hij antwoordde: “Dat ziet u toch verkeerd. Ze zouden u vier keer liever moeten zijn.” Dat is wel een hele charmante manier om mij te laten voelen dat zij vier keer meer betalen dan wij. Vind je niet?’

Heb je er nog wat aan dat je bioloog bent in dit project.

‘Ja, maar niet meer dan in andere projecten. De grote meerwaarde zit hem denk ik vooral in het feit dat je als bioloog of ecoloog heel erg leert te kijken naar de samenhang der dingen. Omdat je weet dat elke kleine verandering grote gevolgen kan hebben voor het ecosysteem. Neem bijvoorbeeld een regenwoud. Groot, groen, robuust alles lijkt als vanzelf te groeien, maar het is eigenlijk een heel kwetsbaar systeem dat helemaal in elkaar stort als je er een schakel tussenuit haalt. Zo kijk ik ook naar projectmanagement. Als je alleen oog hebt voor je eigen scope dan krijg je het niet voor elkaar. Jouw project is een onderdeel van een veel groter ‘ecosysteem’ waarin alle details belangrijk zijn en die je dus ook allemaal moet zien, serieus moet nemen en passende aandacht moet geven. Dan pas kan ‘jouw regenwoud’ echt bloeien.’

Reageer

Ook interessant

  • Nieuws
  • Ontwikkelprogramma De Verbinders ‘Samen aan de slag om het beter te maken’

Om de manier van samenwerken vanuit de Marktvisie een impuls te geven, hebben BOB, het opleidingsinstituut voor de bouw, en Neerlands diep, het ontwikkelprogramma De Verbinders opgezet. In juni wordt de eerste editie van het programma afgerond. Wij spraken een ontwikkelteam over hun ervaring en geleerde lessen.

lees meer
  • Nieuws
  • Nd Topics over toekomst van projectmanagement: ‘Verleg iedere dag de grenzen van ons vak’

Hoe ziet de toekomst van het projectmanagement eruit? Wat betekent dit voor projectteams? En waar moet Neerlands diep accenten leggen om de ontwikkeling van het vak een duwtje in de juiste richting te geven? Om deze vragen draait de Nd Topics op dinsdag 29 mei in het Utrechtse Muntgebouw.

lees meer
  • Nieuws
  • Project Oosterweelverbinding Linkeroever (Antwerpen) sluit aan bij Neerlands diep

Neerlands diep gaat internationaal: het project Oosterweelverbinding Linkeroever uit Antwerpen sluit aan bij ons netwerk. We spraken drie leden van het projectteam, Els van Parijs (projectmanager), Luc Hellemans (COO van BAM en opdrachtgever) en Leo Kuepers (adviseur vanuit RWS) over hun uitdagingen, ervaringen en ambities.

lees meer