Publieke opdrachtgevers hebben een heldere maatschappelijke opdracht: het spoor betrouwbaar houden, het stroomnet verzwaren, onze wegen begaanbaar houden en het waterpeil bewaken. Maar in de praktijk vissen we allemaal in dezelfde krappe vijver van mensen, materialen en uitvoeringscapaciteit. Hoeveel manoeuvreerruimte heb je dan als individuele organisatie nog? En blijven we concurreren om hetzelfde schaarse aanbod, of durven we gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor het grotere systeem?
Tijdens een eerdere seminar van het Kernprogramma 25 gaven marktpartijen al een helder signaal af: publieke opdrachtgevers moeten het voortouw nemen in het langetermijn-portefeuilledenken. De huidige maatschappelijke opgaven vragen om een sectoroverstijgende, integrale blik en planning.
Op initiatief van Geert Jan de Jong (TenneT) en Peter Hermsen (Rijkswaterstaat) kwamen opdrachtgevers uit onder meer de spoor- en energiesector (zoals ProRail en TenneT) dit seminar bijeen. Het doel: onderzoeken hoe we als partners meer sectoroverstijgend kunnen samenwerken in deze wereld van schaarste en verkennen waar onderlinge afhankelijkheden zitten en waar we écht kunnen samenwerken.
Elkaars werkelijkheid ontrafelen
Na een scherpe aftrap door Vincent Hassfeld (Business Manager Operations & Maintenance bij TenneT) en Joost Scheepens bij ProRail (Landelijk Manager Inkoop en Contracten) gingen de deelnemers in twee rondes uiteen. Aan de dialoogtafels werd het vertrouwde terrein verlaten. In de eerste ronde lag de focus op het begrijpen van elkaars werkelijkheid: waar wringt de schoen tussen ambities en capaciteit? Waar lopen we elkaar onbedoeld voor de voeten? En beconcurreren we elkaar?
In de tweede ronde verschoof het gesprek naar handelingsperspectief: waar liggen de kansen voor kruisbestuiving en hoe bewegen we van eiland- naar systeemdenken? Wat volgde was een openhartige inventarisatie van dilemma’s die voor elke publieke beheerder herkenbaar zijn, maar zelden zo expliciet sectoroverstijgend worden uitgesproken.
Waardevolle inzichten over systeem en samenwerking
De oogst op de flappen en de plenaire terugkoppeling leverden een aantal rake, universele inzichten op:
De paradox van ‘moeten’ versus ‘willen’: De kernvraag van de dag tekende zich al snel af: werken we pas samen als de nood aan de man is, of wíllen we samenwerken om gezamenlijk meer maatschappelijke waarde te creëren? Vaak lijkt er eerst een crisis nodig om rigide regels en procedures los te laten. Maar wachten op een crisis is achter de feiten aanlopen. Echte samenwerking begint bij de intrinsieke bereidheid om vanuit een gedeelde stip op de horizon te opereren.
De spiegel: we houden het systeem zelf in stand: Het is verleidelijk om te wijzen naar grillige politieke prioriteiten, knellende wet- en regelgeving of rigide aanbestedingskaders. Maar aan tafel werd ook het ongemak omarmd: als opdrachtgevers houden we dit gefragmenteerde systeem deels zélf in stand. We concurreren, soms onbewust, om dezelfde ingenieurs en aannemers, en we belonen elkaar binnen de eigen organisatie vooral op projectresultaten op de korte termijn, niet op systeemsucces.
Van abstracte visie naar de klei: Systeemdenken klinkt al snel groots en meeslepend, maar de verandering begint op de grond. De deelnemers constateerden dat standaardisatie en cultuurverandering tijd kosten, maar dat er morgen al winst te behalen valt. Denk aan het delen van data en systemen (zoals NGCE), of het opzoeken van samenwerking op operationeel niveau via slimme gebiedscontracten waarin onderhoud en aanleg elkaar versterken.
Van projectdenken naar systeemkracht
Tijdens de plenaire afronding keken Vincent en Joost samen met de deelnemers naar de opbrengst. Het meest verrassende inzicht? Dat de bereidheid om over de eigen schaduw heen te stappen er wel degelijk is, mits we durven te benoemen waar we elkaar in de praktijk dwarszitten.
De rode draad in de adviezen voor het vervolg is helder:
- Kies voor ‘willen’: Bepaal de gezamenlijke maatschappelijke agenda niet uit pure paniek, maar vanuit de wil om synergie te benutten.
- Maak het concreet: Breng die projecten in kaart waar organisaties om dezelfde ruimte of capaciteit strijden en prioriteer daar samen in.
- Beleg regie: Zorg voor een duidelijke regiefunctie die sectoroverstijgende samenwerking aanjaagt en bewaakt.
- Begin morgen: Zet die stip op de horizon voor het grotere geheel. Wacht niet op grootschalige stelselherzieningen, maar start klein met gedeelde data, gezamenlijke gebiedsaanpakken en collegiale ontmoetingen.
- Benut de kracht van Neerlands diep: Breng dit vraagstuk in als ’taai strategisch dilemma’ binnen het Top-programma van Neerlands diep, en onderzoek hoe de aangesloten partners en opdrachtgevers dit platform kunnen benutten om deze sectoroverstijgende samenwerking structureel verder te brengen.
Een bewuste keuze
Nee zeggen is makkelijk. Terugplooien op de eigen taak, het eigen budget en de eigen juridische kaders biedt houvast en schijnzekerheid. Maar het lost de schaarste buiten niet op. De bijeenkomst liet zien dat er een andere weg openligt: wie de stip op de horizon durft te delen en kiest voor *willen* in plaats van *moeten*, kan vandaag al de eerste concrete stappen zetten. Niet vanuit afzonderlijke sectoren, maar als één gezamenlijk publiek blok dat bouwt aan de toekomst van Nederland.