Column: Terugkijken met Rohmer

  • 25 januari 2017
  • Sacha Klinkhamer

Tegen de tijd dat u dit leest, is de scheepvaart bij Grave weer op gang gekomen, ligt het ontwerp voor de de nieuwe stuw op de tekentafel en zijn de juristen al in de pen geklommen om de eerste brieven te versturen. Over een half jaar zijn de meeste mensen die toevallig getuige zijn van de eerste werkzaamheden voor de nieuwe ‘kunstwerken’ de aanleiding ervan misschien al vergeten. En een paar maanden later heeft Rijkswaterstaat een uitgebreid evaluatierapport laten produceren over hoe het kan dat er uren verloren gingen voordat maatregelen werden genomen om het waterpeil te garanderen.

Reflecteren over een reeks van gebeurtenissen die leiden tot een catastrofe – of het eufemistische ‘ongewenst effect’ dat we kennen uit risicomanagement – is voor de overheid een speciale uitdaging. Het rapport moet specifiek zijn, feitelijk, neutraal en het mag vooral niet leiden tot de indruk dat een stoepje moet worden schoongeveegd, want dan kan de oppositie er fijn mee aan de slag en laten journalisten niet los tot ze een mooie kop boven hun interview kunnen zetten. Er zijn professoren die van zo’n rapportage hun werk maken. Neerlands Diep heeft ze aan zich weten te binden. Maar in mijn organisatie, het Rijksvastgoedbedrijf, zijn we geen uitblinker om van fouten te leren. Het is ieder voor zich en gedeeld wordt er weinig. Dat kan beter. Zo werd ik verrast door een architect, die publiekelijk haar werk na 25 jaar durft te beoordelen op duurzaamheid en ontwerpfouten, zonder incident als aanleiding.

Marlies Rohmer heeft het gedaan. Zij keek terug op 25 van de 60 woon- en schoolgebouwen die zij de afgelopen 25 jaar heeft ontworpen. “Hoe duurzaam is mijn eigen werk?”, vroeg ze zich af, met de oprechte wens om ervan te leren. Ze schrok zich kapot. ‘Ik ben van mijn stoel gevallen.” Haar beroemde Tupperware float, een drijvende wijk van witte villa’s in IJburg, Amsterdam, ziet er na 15 jaar verschrikkelijk uit. De profilering van de kunststof gevels trekt spinnen, muggen en algen aan. In een ander project prijken afzichtelijke rolluiken op de royale ramen waarmee Rohmer de sociale huurwoningen bedacht. Het ruime uitzicht werd door de bewoners vooral beleefd als ongewenste inkijk. Rohmer ging in gesprek met de bewoners, gebruikers. en de onderhoudsmannen. Vonden de mensen dat raar? “Ze waren vooral verbaasd”, zegt Rohmer in een interview, ” Het maakte hun tongen los. Iedereen, maar dan ook iedereen, blijkt er een mening over te hebben.’’ Het werd een boek. “What happened to my buildings?”

Het is te weinig om dit boek af te doen met ‘dapper’. Rohmer stelt een voorbeeld voor ons allemaal. Ik zie bij Neerlands diep wel degelijk de wens te leren van fouten. Want leren is de core business van deze organisatie. Maar onder de deelnemende organisaties, waaronder de mijne, zijn er vast nog die grote stappen kunnen maken.

Sacha Klinkhamer,
Projectmanager Rijksvastgoedbedrijf

Nieuw: een column. Sacha leest en bespreekt wat zij opmerkelijk vindt. Als senior projectmanager van het Rijksvastgoedbedrijf weet zij wat het is om met de poten in de klei te staan. Zij kent ook het programma van Neerlands Diep. Ze was deelnemer aan het eerste Kernprogramma in 2011, aan diverse bijeenkomsten van Neerlands diep en is assessor in het Brugprogramma. 

Reageer

Ook interessant

  • Nieuws
  • Nd Zomergast On Tour 2020

Heb jij de onlinesessies van de afgelopen Nd Zomergast On Tour gemist? Lees de synthese van professor André Dorée van de Universiteit Twente terug.

lees meer
  • Nieuws
  • ‘Participatie is serious business’

Het project Oostvaardersoevers beleeft eind juni een dubbele primeur: het is onderwerp van de eerste Nd Participatie Spiegel én van de eerste online Nd Spiegel van Neerlands diep. In drie korte sessies halen het omgevingsteam van het project en collega spiegelaars van andere projecten en organisaties veel nuttige adviezen en verbeterpunten op.

lees meer
  • Nieuws
  • Online leren in tijden van corona – en daarna

Neerlands diep draaide in coronatijden door. We schakelden vanaf medio maart in korte tijd over naar zo veel mogelijk onlineactiviteiten, raakten gewend aan het online faciliteren en leerden wat wel en niet online werkt. Voorlopig blijven we veel online werken en vallen we alleen terug op face-to-face als het echt nodig is. We ontwikkelen ons online repertoire intussen door en breiden onze gereedschapskist voor online leren gestaag uit. En we bouwen verder aan een toekomstvast en adaptief ontwerp van ons totaalprogramma, ook voor de periode na corona.

lees meer