Nieuw Topprogramma van start. “Leren van de praktijk van anderen.”

  • 20 april 2016
  • Florence Tonk

 

Jan Cees Blok werkt bij de gemeente Rotterdam als projectdirecteur Renovatie Maastunnel. Daarnaast is hij een dag per week projectmanager van Rotterdam Central District. Dit project behelst gebiedsontwikkeling en de bouw van station Rotterdam Centraal, dat in 2014 werd geopend. Deze maand start hij met het Topprogramma van Neerlands diep. Hij vertelt waarom.

_MG_2188

Jan Cees Blok in het voetgangersdeel van de Maastunnel in Rotterdam. Foto door Jorrit ’t Hoen.

Wat waren je overwegingen om deel te nemen aan het Topprogramma?

“Ik heb een vastgoedachtergrond en rondde jaren geleden een postdoctorale opleiding Vastgoedkunde af. Infra is een boeiende wereld maar ik kom er niet vandaan dus ik zie het Topprogramma als een mooie kans om mijn kennis te verbreden. Daarbij werd ik getipt door een collega bij de Gemeente Rotterdam die verantwoordelijk is voor de Stadshavens. Hij had het programma bij Neerlands diep gevolgd en was erg enthousiast. Hij vertelde me onder meer hoe divers de samenstelling van de groep deelnemers is, en hoeveel je daardoor van elkaar kunt opsteken.”

Wat zijn je verwachtingen?

“De intake heb ik achter de rug en dat vond ik al meteen een heel inspirerend gesprek. Mijn ontwikkelingsvraag zal vooral gaan over hoe je mensen en techniek bij elkaar brengt. Als gemeente Rotterdam heb je maar één tunnel van deze omvang naast een aantal bruggen en kleinere tunnels. Vergeleken met Rijkswaterstaat zijn wij een kleine speler op dit soort projecten. Daarom vind ik het erg interessant om te leren van de praktijk van andere deelnemers aan het Topprogramma. Van huis uit ben ik geen lijn- of afdelingsmanager en vooral ervaren in projectmanagement en projectdirectie. Maar bij de renovatie van de Maastunnel geef ik nu leiding en sturing aan een team van zestig specialisten en medewerkers, dus daarover zou ik graag ervaringen willen uitwisselen.”

Wat wil je zelf uit het Topprogramma halen?

“Kennis over vastgoed en gebiedsontwikkeling kan ik ondertussen wel dromen dus met dit programma wil ik vooral mijn kennis en portfolio verbreden en nieuwe competenties verwerven. Infrastructuur kan dan samen met vastgoed een tweede professionele anker vormen in mijn werk. Wat ik me ook herinner van de studie Vastgoedkunde, is dat je met zo’n opleiding een netwerk opbouwt waar je in de jaren daarna nog veel aan kunt hebben. De wereld van tunnels is een wereld an sich, ook internationaal gezien, merk ik bij de Maastunnel. Inhoudelijk leer ik iedere dag van de specialisten uit mijn team. Bij het Topprogramma gaan we ons meer richten op de zachte kant van het werk: hoe leid je zo’n project, hoe stuur je de mensen en de organisatie aan? Daarmee kan ik in mijn dagelijkse praktijk verder komen.”

De Maastunnel

De Maastunnel is de oudste afgezonken tunnel van Nederland. Hij verbindt in Rotterdam de oevers van de Nieuwe Maas met elkaar. De tunnel omvat vier buizen: twee voor auto’s, een voor fietsers en een voor voetgangers. In de zomer van 2017 starten werkzaamheden voor de grootschalige renovatie van de Maastunnel.

Eén van de toegangsgebouwen van de Maastunnel voor fietsers en voetgangers. Foto door Jorrit 't Hoen.

Eén van de toegangsgebouwen van de Maastunnel voor fietsers en voetgangers. Foto door Jorrit ’t Hoen.

Reageer

Ook interessant

  • Nieuws
  • Nd Zomergast On Tour 2020

Heb jij de onlinesessies van de afgelopen Nd Zomergast On Tour gemist? Lees de synthese van professor André Dorée van de Universiteit Twente terug.

lees meer
  • Nieuws
  • ‘Participatie is serious business’

Het project Oostvaardersoevers beleeft eind juni een dubbele primeur: het is onderwerp van de eerste Nd Participatie Spiegel én van de eerste online Nd Spiegel van Neerlands diep. In drie korte sessies halen het omgevingsteam van het project en collega spiegelaars van andere projecten en organisaties veel nuttige adviezen en verbeterpunten op.

lees meer
  • Nieuws
  • Online leren in tijden van corona – en daarna

Neerlands diep draaide in coronatijden door. We schakelden vanaf medio maart in korte tijd over naar zo veel mogelijk onlineactiviteiten, raakten gewend aan het online faciliteren en leerden wat wel en niet online werkt. Voorlopig blijven we veel online werken en vallen we alleen terug op face-to-face als het echt nodig is. We ontwikkelen ons online repertoire intussen door en breiden onze gereedschapskist voor online leren gestaag uit. En we bouwen verder aan een toekomstvast en adaptief ontwerp van ons totaalprogramma, ook voor de periode na corona.

lees meer