“Er valt nog missiewerk te doen voor allianties”

  • 13 augustus 2015
  • Jenny Kamstra

Hoe kan ProRail in de toekomst bewuster kiezen tussen een alliantie en een andere contractvorm? En kunnen ProRail en marktpartijen het uitvragen, inrichten, bemensen en samenwerken binnen een alliantie verder verbeteren? Op deze vragen moest een evaluatie van twee allianties binnen het project OV SAAL antwoord geven. Alliantiebestuurders Jan Derks van ProRail en Bart Regtuijt van BAM over achtergrond en uitkomsten van een door Neerlands diep begeleide Spiegel.

0208o OVSaal 014

Wat is een alliantie?

Jan: ‘Een alliantie is een contractvorm waarbij opdrachtgever en aannemer vanuit één, gezamenlijke projectorganisatie werken en risico’s samen dragen. Daarmee verschilt een alliantie fundamenteel van een design and construct contract, waarbij opdrachtgever en markt juist strak gescheiden taken en verantwoordelijkheden hebben. Binnen OV SAAL heeft ProRail twee allianties gevormd om het spoor tussen Hoofddorp en Duivendrecht te verdubbelen: de Alliantie Amstelspoor met BAM en de Alliantie Amsterdamse WALTZ met VolkerWessels.’

Waarom nu evalueren?

Bart: ‘Deze allianties lopen vier jaar. Er is dus genoeg ervaring opgedaan om een zinnige evaluatie te houden. Langer wachten zou contraproductief zijn. Volgend jaar worden de projecten afgerond. Voor je het weet zijn alle betrokkenen met iets anders bezig en sijpelt nuttige kennis weg. Bij de evaluatie waren zowel mensen vanuit ProRail als de aannemers betrokken. Logisch, want we doen het echt samen binnen zo’n alliantie.’

ProRail toont zich al jaren een voorstander van allianties. Toch komen ze maar moeizaam van de grond…

Jan: ‘Bij ProRail en ook in de markt bestaat de nodige koudwatervrees. Er zijn in ieder geval weinig projectmanagers die zelf aangeven dat ze een alliantie willen opstarten voor hun project. Niet vreemd, want ondanks dat ProRail al bij de Betuweroute ervaring opdeed met een alliantie, is het nog steeds een vrij onbekend fenomeen. Er valt dus nog missiewerk te doen voor allianties. Niet alleen bij projectmedewerkers, maar ook bij de moederorganisaties. Met deze evaluatie willen we hier een aanzet toe geven.’

Bart: ‘Het heeft natuurlijk ook met de omvang van een project te maken. Het kost een flinke inspanning om zo’n alliantie in te richten. Dat loont vooral bij grotere projecten. Daar heeft het dan wel veel meerwaarde, hebben wij gemerkt.’

Bij de evaluatie is voor een (aangepaste) Spiegel van Neerlands diep gekozen. Hoe beviel dat?

Bart: ‘Heel goed. Ik was erg content dat de wetenschappers André Dorée en Edwin Kaats als externe deskundigen betrokken waren bij de Spiegel. Door hun inbreng en goede vragen werden wetenschappelijke kennis en praktijkervaring bij elkaar gebracht. Dat is niet meer zo gebruikelijk in de bouwsector. De laatste jaren stond door de crisis overleven voorop bij de bouwondernemingen, onderwijs en onderzoek stonden op een laag pitje. Ook de frisse blik van medewerkers van andere projecten was heel nuttig. Wij hebben op onze beurt zeker niet nagelaten om de zegeningen van een alliantie bij hen te promoten.’

Jan: ‘Denk goed na voor je een alliantie optuigt. In veel gevallen kun je met een lichtere samenwerkingsvorm ook goede resultaten bereiken. Dat soort opmerkingen van spiegelaars van andere projecten zet je aan het denken. Wij zijn door onze positieve ervaringen erg enthousiast over allianties. Maar dat betekent natuurlijk niet dat ze in iedere situatie de ideale oplossing zijn.’

Wat kwam er uit de evaluatie?

Jan: ‘Hét recept voor een succesvolle alliantie bestaat niet. Wel hebben we een aantal lessen, dilemma’s en vragen geformuleerd. Bij elkaar vormen die een soort ‘checklist’ met punten waarmee je rekening moet houden als je een overweegt een alliantie te starten. Een heel belangrijke les ligt op het gebied van de bemensing. Als je een succes wilt maken van de alliantie heb je zowel binnen het project als in de moederorganisaties mensen nodig die echt geloven in samenwerken. Dat betekent niet van alles een punt maken, negatieve ervaringen bij eerdere projecten van je af kunnen zetten, flexibel omgaan met afspraken als dit in het gezamenlijke belang is. Zo kwamen we er tijdens het project achter dat we kosten konden besparen en de hinder voor het treinverkeer konden beperken als we de planning zouden aanpassen. Dat hebben we meteen gedaan. Binnen een traditioneel contract was het maar de vraag of dit was gelukt.’

Bart: ‘Uiteindelijk zaten de goede mensen bij elkaar bij deze allianties. Toch zou je hier nog bewuster op kunnen sturen. Bijvoorbeeld door de bemensing mee te wegen in de gunning van het contract. Dat is bij deze allianties nog niet gebeurd.’

Wat moet er binnen de moederorganisaties veranderen?

Jan: ‘Die zouden nog betere randvoorwaarden kunnen scheppen om allianties van de grond te laten komen. Dat zit hem onder andere in het werven, selecteren en opleiden zodat je mensen klaarstoomt voor het werken binnen een alliantie. Vervolgens moet je die mensen ook ruimte bieden om hun ding te doen binnen zo’n bijzonder project.’

Bart: ‘Hierbij is het wel belangrijk dat je de verbinding met de moederorganisaties bewaakt. Wat dat betreft is de dubbelrol van de alliantiebestuurders nuttig. Ik ben in het dagelijkse leven directeur van BAM Rail bv, Jan is adviseur Projectbesturing bij ProRail. Via ons en de andere alliantiebestuurders kwam die verbinding automatisch tot stand.’

Hoe nu verder?

Jan: ‘Het evaluatierapport resulteert hopelijk nog deze zomer in beleid hoe we allianties verder kunnen brengen binnen ProRail. Tegelijkertijd willen de alliantieteams hun ervaringen graag delen met de buitenwereld. Dat zou kunnen via een congres of in een andere vorm. Wellicht dat ons enthousiasme anderen een duwtje geeft om eens aan een alliantie te denken.’

Bart: ‘De huidige allianties tot een goed einde brengen: dat is de beste reclame die we kunnen maken voor deze contractvorm. Dat gaat zeker lukken. Ik denk trouwens dat ook projecten met een andere contractvorm hun voordeel kunnen doen met onze ervaringen. Te veel projecten lopen uit op kostenoverschrijding voor de opdrachtgever én verlies voor de aannemer. Met meer focus op samenwerking en gezamenlijke belangen kun je dit voorkomen.’

 

Wil je meer weten over de Spiegels van Neerlands diep en de mogelijkheden die ze bieden voor jouw project? Neem dan contact op met Maarten Reinking via maarten.reinking@neerlandsdiep.nl of 06-53946470.

Reageer

Ook interessant

  • Nieuws
  • Certificaatuitreiking Nd Brug 11: ‘Verlegt je grenzen en verrijkt je vakmanschap’

Op 29 maart was het zover. In het indrukwekkende Paushuize te Utrecht werden de certificaten uitgereikt aan de deelnemers van het 11e Nd Brug programma. Het was een feestelijke bijeenkomst, waar de deelnemers konden terugblikken op een energiek en grensverleggend trainingsprogramma van Neerlands diep. Verbinding, vertrouwen, samenwerking en loslaten zijn de kernbegrippen van deze editie van Nd Brug.

lees meer
  • Nieuws
  • Duurzaamheidsprogramma’s en de projectenpraktijk – Lerend netwerk

De vervolgbijeenkomst van het lerend netwerk Duurzaamheid in projecten op 9 maart 2018, ging over de relatie tussen overkoepelende duurzaamheidsprogramma’s en de praktijk van projecten. We lieten beleidsmakers en duurzaamheidsprogrammamanagers aan het woord over waar zij aan werken. Op basis daarvan maakten we een (beeldende) vertaling van wat het verduurzamen van bouw- en infraprojecten betekent voor het vak projectmanagement.

lees meer
  • Nieuws
  • Lessen van de bediencentrale Maasbracht

In Maasbracht staat een futuristisch gebouw van waaruit Rijkswaterstaat de scheepvaart op de Maas begeleidt vanaf de Belgische grens tot aan Venlo. Vanaf 1 januari 2015, zes maanden eerder dan gepland, worden er vanuit de centrale vijf sluiscomplexen bediend. In vijf korte films vertellen Frans Hendrikx en Henk van Duinen van Rijkswaterstaat hun verhaal.

lees meer